A
|
Assessment center: een manier om competenties te toetsen
|
Het assessment center is een manier om competenties te toetsen. De student lost, individueel en/of in groep, een aantal beroepsrelevante oefeningen op in een realistische context. De student wordt daarbij geobserveerd door een assessor aan de hand van gestandaardiseerde en controleerbare criteria. Meestal krijgt de student een vast omschreven tijdsperiode om de oefening af te werken. Wanneer de student één oefening heeft afgewerkt, schuift hij door naar een volgende oefening. Het assessment center kan zowel gebruikt worden voor formatieve als voor summatieve evaluatie. In het eerste geval spreekt men dan eerder van een development center.
|
::top::
|
B
|
Begeleidingsgesprek op stage
|
Het begeleidingsgesprek is een regelmatig terugkerend gesprek, waarbij een praktijklector en een student het functioneren van de laatste bespreken om te komen tot verbetering van dat functioneren en zo de leermogelijkheden van de student te bevorderen.
|
Bepaling van leerstijlen volgens Kolb aan de hand van een vragenlijst
|
Presentatie van een vragenlijst om de geliefkoosde leerstijl te bepalen, gebaseerd op het leermodel van Kolb.
|
::top::
|
C
|
Conceptkaarten
|
Een conceptkaart geeft op een visuele manier concepten en de onderlinge verbanden tussen deze concepten weer. Conceptkaarten zijn behulpzaam indien men zich tijdens de voorbereiding, de les zelf of bij de evaluatie richt op het leren verwerven van concepten en op de onderlinge verbanden tussen deze concepten.
|
Casussen en de casemethode
|
Een casus is een min of meer gedetailleerde beschrijving van een situatie, gebeurtenis of probleem in een bepaalde context.
De casemethode is een werkvorm waarbij studenten individueel en/of in groep een casus analyseren en brainstormen over behandelingen of beslissingen. In een aansluitende casediscussie confronteren de studenten elkaar met hun visie en trachten door overleg en discussie tot een oplossing te komen. De docent is daarbij degene die de discussie faciliteert en structureert.
|
::top::
|
D
|
Differentiatie
|
De studenteninstroom in het hoger onderwijs wordt steeds diverser. Docenten spelen in op deze verschillen tussen de studenten door middel van differentiatie. Differentiatie kan op verschillende manieren vorm krijgen.
|
::top::
|
E
|
Elektronische discussiegroep
|
In een elektronische discussiegroep discussieert een groep studenten met elkaar door berichten op een gemeenschappelijke plaats op het internet te plaatsen. Andere studenten hoeven een verzonden bericht niet onmiddellijk te lezen of erop te reageren. Ze kunnen dat doen op het moment dat hen past.
|
Extended Matching
|
'Extended matching vragen' zijn een bepaalde soort van meerkeuzevragen waarbij men gebruik maakt van een groot aantal antwoordalternatieven. Dezelfde antwoordalternatieven worden gebruikt voor een aantal items. De items nemen meestal de vorm aan van casussen. 'Extended matching vragen' kunnen zowel in een summatieve als in een formatieve context gebruikt worden.
|
::top::
|
F
|
::top::
|
G
|
Groepssupervisie
|
Bij groepssupervisie leert een kleine groep studenten onder begeleiding van een supervisor via systematisch reflectief leren, terug te blikken op de praktijkervaringen opgedaan tijdens stage of praktijk met als bedoeling de beroepsbekwaamheid te verhogen.
|
Groepswerk
|
Groepswerk wordt gedefinieerd als het geheel van activiteiten dat wordt uitgevoerd door een groep studenten die in onderling overleg werken aan een taak (een labo-experiment uitvoeren, een paper schrijven, een veldonderzoek opzetten, een satellietverbinding construeren, etc.).
|
::top::
|
H
|
Hoorcolleges met activerende elementen
|
Hoorcolleges zijn een veel voorkomende onderwijsvorm in het Hoger Onderwijs. Vaak echter worden ze niet studentgericht georganiseerd. Studenten luisteren terwijl de docent vooraan zijn verhaal doet. Toch zijn er ook in hoorcolleges manieren om studenten te activeren. Bijvoorbeeld via het inventariseren van meningen, het stellen van vragen, het geven van opdrachten, het bediscussiëren van stellingen of voorbeelden, etc.
|
::top::
|
I
|
Intervisie
|
Bij intervisie gaat een kleine groep gevorderde studenten (of professionals) relatief autonoom en regelmatig op hun werkervaringen reflecteren.
|
Inventaris Leerstijlen (ILS)
|
De inventaris leerstijlen, ILS, is een vragenlijst die het mogelijk maakt zicht te krijgen op een groot aantal studieactiviteiten en studiemotieven van studenten. Dankzij de ILS kan men als student maar ook als docent de leerstijlen van studenten leren kennen zodat men zijn studeergedrag kan bijstellen, c.q. zijn onderwijsgedrag hierop kan afstemmen.
|
::top::
|
J
|
Jigsaw: een specifieke vorm van groepswerk
|
Jigsaw is een specifieke vorm van groepswerk waarbij studenten in wisselende deelgroepen zitten en de eigen expertise, verworven in de eerste deelgroep, inbrengen in de tweede deelgroep.
|
::top::
|
K
|
::top::
|
L
|
Leerjournaal: een leermiddel om reflectie te bevorderen
|
Het leerjournaal is een leermiddel om intentionele reflectie te stimuleren en te structureren. Studenten beschrijven in het leerjournaal voor hen belangrijke ervaringen en reflecteren hierover. Het leerjournaal kan zowel gebruikt worden om te reflecteren over het eigen handelen als over dieper liggende veronderstellingen en assumpties. Soms worden op basis van de reflecties ook intenties naar en oplossingen voor de toekomst geformuleerd.
|
Leerplatform: technische hoeksteen van een elektronische leeromgeving
|
Een leerplatform is een verzameling software-componenten die gebruikt kunnen worden om het leren van studenten te ondersteunen. Een leerplatform ondersteunt het beheer en de ontsluiting van leerinhouden voor leren via ICT. Verder biedt een leerplatform docenten en studenten ook verschillende middelen om synchroon en/of asynchroon te communiceren, een toetsmodule en eventueel een aansluiting op administratieve of didactische gegevensbanken.
|
Leerprofiel van de student
|
Het leerprofiel is een instrument om het functioneren van de student beter bespreekbaar te maken en de student te stimuleren om de eigen evolutie doelgericht in handen te nemen, zowel op het gebied van kennis, vaardigheden als attitudes.
|
Logboek
|
In een logboek worden relevante feiten en gebeurtenissen van een proces (bijvoorbeeld laboratoriumproef, onderzoek,projectopdracht, stage,...) gedetailleerd bijgehouden. Het logboek kan zowel door individuen als groepen worden gebruikt.
|
::top::
|
M
|
Meerkeuzevragen
|
Bij het gebruik van meerkeuzevragen moeten studenten uit een aantal antwoordalternatieven het juiste antwoord selecteren. Meerkeuzevragen kunnen zowel gebruikt worden om feiten als om inzicht te bevragen en kunnen zowel in een summatieve als in een formatieve context gebruikt worden. Het grote voordeel van het gebruik van meerkeuzevragen is dat men aan de hand van psychometrische gegevens de kwaliteit van de vragen en van de toets kan beoordelen.
|
Microteaching
|
Microteaching verwijst in deze steekkaart naar een praktijk waarbij (toekomstige) lesgevers een vereenvoudigde les aan andere (toekomstige) lesgevers geven en hier feedback op krijgen. Het doel is hen meer ervaring te doen ontwikkelen in het plannen en uitvoeren van lessen. Daarnaast ondersteunt het hen bij het vormen van zelfreflectievaardigheden, waardoor ze meer en beter gaan nadenken over hun lesgeefgedrag.
Microteaching verschilt van peerteaching. Bij deze laatste vorm gaan studenten, die bepaalde competenties reeds verworven hebben, ingeschakeld worden als student-lesgever. Hierbij staat het overbrengen van leerinhoud centraal en niet het leren les geven (zoals bij microteaching).
|
::top::
|
N
|
::top::
|
O
|
Onderwijsleergesprek
|
Het onderwijsleergesprek is een gestructureerd gesprek waarbij de docent de studenten stapsgewijs, door het stellen van vragen, tot bepaalde inzichten of tot het oplossen van een probleem brengt.
|
Openboekexamen
|
Een openboekexamen is een mondelinge of schriftelijke evaluatievorm waarbij de lesgever de studenten toelaat om in meerdere of mindere mate gebruik te maken van schriftelijk en/of elektronisch studie- en bronnenmateriaal voor het beantwoorden van de vragen in het examenlokaal.
|
::top::
|
P
|
Peer teaching
|
Men spreekt over peer teaching wanneer studenten, die bepaalde competenties reeds verworven hebben, worden ingeschakeld als student-lesgevers.
|
Peer-assessment
|
In de context van hoger onderwijs is peer-assessment een procedure waarbij studenten aangeven in hoeverre medestudenten (peers) leeruitkomsten hebben gerealiseerd.
|
Portfolio: een manier om vooruitgang en prestaties bij studenten te volgen en vast te stellen
|
Een portfolio is een doelgerichte verzameling van materiaal die de inspanningen, vooruitgang en prestaties van een student in een bepaald inhoudsdomein weergeeft. Het geeft de docent de kans de competenties van studenten en hun evolutie te volgen en te evalueren. Daarnaast is het een middel om studenten te begeleiden in het zelf verantwoordelijkheid opnemen voor hun eigen leerproces.
|
Probleemgestuurd onderwijs Model Maastricht
|
De studenten krijgen een probleem aangeboden of een beschrijving van een bepaalde situatie, dat ze in een groep van 10 tot 12 studenten en onder leiding van een docent bespreken. Tijdens deze bespreking wordt nagegaan welke voorkennis er in de groep aanwezig is. Zo ontstaan aanknopingspunten waarbinnen naar aanvullende kennis kan worden gezocht. Nadat de leerdoelen werden geformuleerd, volgt een periode van zelfstandig studeren. Daarna komen de studenten terug samen om hun bevindingen aan elkaar mee te delen en onduidelijkheden uit te klaren.
|
Probleemtaken als middel om voorkennis activeren en inzicht vergroten
|
Een probleemtaak is een beschrijving van een al dan niet complexe probleemsituatie. Het probleem wordt gesteld in een voor de opleiding relevant inhoudsdomein. De taak heeft tot doel de voorkennis van de studenten te activeren en hen te motiveren tot een analyse, verklaring en/of oplossing van het probleem. Op die manier verwerven studenten enerzijds een aantal probleemoplossende vaardigheden. Anderzijds vergroten ze hun kennis over en inzicht in het inhoudsdomein waarin het probleem gesteld is.
|
Projectonderwijs
|
In projectonderwijs werken studenten gedurende een langere periode in groep en met begeleiding aan een opdracht of praktijkprobleem. Dit werk behelst een aantal fasen die ertoe leiden dat studenten bepaalde kennis, vaardigheden en attitudes verwerven.
|
::top::
|
Q
|
::top::
|
R
|
::top::
|
S
|
Spelvormen
|
Spelvormen omvatten die werkvormen waarin door middel van een spelsituatie doelstellingen worden nagestreefd. Het gaat hierbij essentieel om een nabootsing van de werkelijkheid, waarbij studenten worden gestimuleerd om zich (mentaal) te begeven in conflict- of probleemsituaties en daarin proberen problemen op te lossen, beslissingen te nemen, keuzes te maken en daarbij een eigen houding en mening bepalen.
|
Stage: praktische organisatie
|
Een stage is een vorm van werkplekleren ingebed in het curriculum van de opleiding waarbij de student beroepsgerichte kennis, vaardigheden en attitudes geïntegreerd toepast binnen een reële arbeidssituatie. Hierbij ontwikkelt de student ook nieuwe (deel-) competenties die van belang zijn in het latere beroepsleven. Reflectie op het handelen tijdens de stage speelt hierbij een belangrijke rol.
Een voorwaarde voor een succesvolle stage is dat deze ingebed zit in het curriculum van een opleiding. Ook is een duidelijke communicatie tussen de stageplaats, de student-stagiair en onderwijsinstelling over de te realiseren doelstellingen en taken, en de wijze van begeleiding en evaluatie van de student, belangrijk.
|
Studiewijzer
|
Een studiewijzer is een schriftelijk en/of elektronisch document dat als doel heeft om studenten informatie en duidelijkheid krijgen over hun leeromgeving en om hen te ondersteunen in het actief (en zelfgestuurd) verwerken van de leerstof. Tevens is het een begeleidingsinstrument voor studenten en een manier waarop de docent zijn communicatiekanalen duidelijk kan maken. Een studiewijzer bevat concrete informatie zoals instructies voor taken, doelstellingen, studietips, ... . De hoeveelheid informatie en het taalgebruik zijn afgestemd op de behoeften van de studentengroep die aan de leeromgeving participeren.
|
::top::
|
T
|
Toetsplatform
|
Een toetsplatform is een elektronische omgeving waar toetsen worden aangeboden. Studenten kunnen de toetsen elektronisch invullen en feedback of scores krijgen op de toets zonder rechtstreekse tussenkomst van een docent. De meeste toetsplatforms slaan de toetsgegevens op zodat de docent de activiteiten van de studenten kan nagaan en eventueel individuele antwoorden handmatig kan scoren of van feedback kan voorzien.
Een toetsplatform kan gebruikt worden zowel voor formatieve als summatieve evaluatie.
|
Tutor bij Probleemgestuurd Onderwijs
|
Bij probleemgestuurd onderwijs heeft de docent een specifieke onderwijsrol, namelijk die van tutor. Het is de taak van de tutor om het leerproces van de studenten en hun samenwerkingsproces te stimuleren.
|
::top::
|
U
|
::top::
|
V
|
Voting/Televoting
|
Voting is een techniek waarbij men studenten laat stemmen rond één of meer stellingen. Voting kan in zijn meest eenvoudige vorm gerealiseerd worden door handopsteken. Indien de voting vr het contactmoment wordt gehouden, kan het bijvoorbeeld via een webformulier. In verschillende collegezalen en tijdens videoconferencing wordt de televoting gerealiseerd met behulp van gespecialiseerde apparatuur zoals een klein toetsenbord om keuzes te selecteren. De eraan verbonden statistische software laat toe de resultaten meteen te verwerken en door te geven.
-Het votingsysteem kan ingeschakeld worden om de mate van voorbereiding en voorkennis van studenten te meten.
-Het is een handig instrument om tijdens het contactmoment je onderwijs bij te sturen.
-In het kader van peerinstruction kan het votingsysteem gebruikt worden om de interactiviteit in het auditorium te stimuleren.
-Tegelijkertijd is het een handig instant middel tot zelfevaluatie en een bron van informatie over het verloop en desgevallend wenselijke bijsturing van de didactische aanpak voor de onderwijsgevende.
|
Videoconferencing: ruimteoverschrijdend onderwijzen
|
Videoconferencing is een vorm van televergaderen waarbij de deelnemers zich in twee of meerdere studios bevinden die zijn voorzien van audiovisuele opname- en weergaveapparatuur. De studio's zijn met elkaar verbonden met een breedbandverbinding. Er is tussen de deelnemers zowel auditief als visueel contact. Videoconferencing maakt het mogelijk om studenten die zich ruimtelijk verwijderd bevinden van de doceerplek, aan een college te laten deelnemen, onderling te laten samenwerken (groepswerk), een virtuele excursie aan te bieden, etc.
|
::top::
|
W
|
::top::
|
X
|
::top::
|
Y
|
::top::
|
Z
|
Zevensprong
|
De zevensprong is een methode om probleemtaken gestructureerd aan te pakken. Deze probleemtaken zijn te situeren in het probleemgestuurd onderwijs, volgens het model van Maastricht.
|
::top::
|