Deze browser ondersteunt geen javascript... BV project: steekkaarten

home voorbeelden alfabetisch voorbeelden via criteria voorbeelden via trefwoorden steekkaarten alfabetisch steekkaarten via trefwoorden woordenboek

Steekkaart : Projectonderwijs

Omschrijving

In projectonderwijs werken studenten gedurende een langere periode in groep en met begeleiding aan een opdracht of praktijkprobleem. Dit werk behelst een aantal fasen die ertoe leiden dat studenten bepaalde kennis, vaardigheden en attitudes verwerven.




Waar gaat het over?
Waaruit bestaat het?
Waarvoor en hoe kan je het gebruiken?
Tips en valkuilen?
Wil je er meer over weten?

Bijhorende Voorbeelden
Bijhorende Steekkaarten


Over deze steekkaart



Waar gaat het over?

1. Werkvorm
2. Geschiedenis
3. Projectonderwijs versus Probleemgestuurd onderwijs

1. Werkvorm

Hoewel projectonderwijs zeer uiteenlopende invullingen kan krijgen, gaat het in essentie om een onderwijsvorm waarbij een groep van studenten, uit een zelfde of verschillende studiejaren en studierichtingen, gedurende een langere periode, als taakgerichte groep in samenspraak met een vaste of wisselende begeleider van de opleiding en eventueel een opdrachtgever van een praktijkorganisatie, aan een opdracht, respectievelijk een (praktijk)probleem werken.

Zodoende verwerven studenten kennis (met inbegrip van inzichten en metacognitie), vaardigheden en attitudes. De studenten concretiseren en herformuleren eventueel de opdracht, respectievelijk de probleemstelling en structureren een aanpak voor de probleemoplossing. Ze werken een oplossing uit, gebruikmakend van theoretische en praktische kennis.

2. Geschiedenis

Projectonderwijs is niet nieuw. Aan het begin van de 20ste eeuw legde John Dewey met het concept 'learning by doing' de basis voor deze onderwijsvorm.
Doordat projectonderwijs maatschappelijk relevante vaardigheden zoals meebeslissen, in een groep werken, conflicten oplossen e.d. ontwikkelt, brachten de pleitbezorgers voor de democratisering van het onderwijs het sterk onder de aandacht in de jaren '70.
De aandacht voor projectonderwijs flakkerde opnieuw op sedert de jaren '90. Dit valt vanuit verschillende evoluties te verklaren, zo onder meer de aandacht voor studentgecentreerde instructie, het groeiende besef dat studenten zelf in interactie met elkaar en met de omgeving kennis construeren en het feit dat men zich binnen opleidingen steeds meer realiseert dat men studenten moet leren om in en met groepen te werken om ze doeltreffend voor te bereiden op de arbeidsmarkt.

3. Projectonderwijs versus Probleemgestuurd onderwijs

Hoewel de scheidingslijn tussen projectonderwijs en probleemgestuurd onderwijs (zie steekkaart 'PGO') niet altijd even scherp te trekken valt, verschillen beide onderwijsvormen van elkaar.
Projectonderwijs is sterker dan probleemgestuurd onderwijs gericht op het leren samenwerken in groep en het leren toepassen van verworven kennis. Binnen probleemgestuurd onderwijs wordt doorgaans meer tijd ingeruimd voor zelfstudie en streeft men ernaar studenten via veelal meer afgebakende oefencases vooraf vastgelegde kennisinhouden te laten verwerken.
Bij het probleemgestuurd onderwijs stelt de docent zich in de eerste plaats als een stimulator van het leerproces bij de studenten op. In het projectonderwijs treedt docent veeleer als (gelijkwaardige) begeleider op.





Waaruit bestaat het?

Projectonderwijs kan verschillende vormen aannemen. De verschillen tekenen zich af op zes dimensies, die samen de kern van het projectonderwijs uitmaken.

1. Werkvorm versus onderwijsvorm
2. Inbedding in de realiteit: reëel versus virtueel
3. Structuur: losse/open structuur versus vaste/opgelegde structuur
4. Sturing: Van buitenaf gestuurd versus zelfgestuurd
5. Interdisciplinariteit: een vak versus alle disciplines
6. Groep: individu versus groep
7. Samenvattend

Hoewel projectonderwijs sterk uiteenlopende vormen kan aannemen, kunnen over het algemeen altijd enkele kenmerkende fasen worden onderscheiden.


1. Werkvorm versus onderwijsvorm

Men kan projectonderwijs binnen een leeromgeving als een werkvorm gebruiken naast andere methodieken, dan wel als een vak of zelfs als een jaarprogramma in hun geheel als projectonderwijs vorm geven. Projectonderwijs lijkt evenwel het sterkst tot zijn recht te komen wanneer het als onderwijsvorm wordt gehanteerd. In de praktijk blijken gematigde vormen van projectonderwijs (zie voorbeeld 'Projectonderwijs Sociale Pedagogiek') de bovenhand te halen. Hierin wordt projectonderwijs als de kern van de opleiding beschouwd, maar tegelijk omkaderd met een aantal meer 'klassieke' werkvormen, zoals bijvoorbeeld hoor- en werkcolleges.

2. Inbedding in de realiteit: reëel versus virtueel

Men kan binnen projectonderwijs werken met een in de praktijk bestaand onderwerp waarvoor naar een mogelijk antwoord wordt gezocht, dan wel met een virtueel, gesimuleerd thema. Meestal wordt veel belang gehecht aan het realiteitsgehalte van het uitgangsthema omdat dit de relevantie van het project voor de studenten sterk vergroot en een realistische inoefening van de vooropgestelde vaardigheden toelaat.

3. Structuur: losse/open structuur versus vaste/opgelegde structuur

Men kan het projectonderwijs zeer open of los structureren en vooraf weinig meer vastleggen dan de eigenlijke projectgroepen, dan wel een vaste structuur uitwerken, waarin vooraf zorgvuldig wordt bepaald welke fasen moeten worden doorlopen binnen welke tijdsspanne, in welke ondersteuning wordt voorzien, enz. In de meeste gevallen houdt projectonderwijs het midden tussen een open en een gesloten structuur.

4. Sturing: van buitenaf gestuurd versus zelfgestuurd

De dimensie 'sturing' heeft betrekking op de mate waarin er inhoudelijk en methodisch richting wordt gegeven aan het project vanuit een externe bron, dan wel vanuit de projectgroep zelf. Meestal wordt ook hier voor een 'gulden middenweg' gekozen. Er wordt naar gestreefd de sturing meer en meer in handen van de studenten te leggen, omdat het zelfstandig leren functioneren een belangrijk leerdoel is.

5. Interdisciplinariteit: een vak versus alle disciplines

De inhoud en uitwerking van het projectonderwijs kan zich beperken tot een vak, dan wel meer disciplines omvatten. In het laatste geval is er binnen een project plaats om multi- en interdisciplinair te werken. Meestal bestaat grote openheid om andere vakken in het projectonderwijs te betrekken, ook al kadert het 'officieel' binnen één bepaald vak. De studenten hebben immers de kennis die ze in andere vakken opdoen nodig om aan de opdracht te werken.

6. Groep: individu versus groep

Men kan binnen projectonderwijs individuele leer- en werkdoelen voorop stellen, dan wel leer- en werkdoelen van de groep, die meer zijn dan de som van de individuele doelstellingen. Meestal beklemtoont men het groepsaspect. Werken in groepsverband is immers een belangrijke vaardigheid voor het latere (beroeps)leven.

7. Samenvattend

Samenvattend kan worden gesteld dat voor elk van deze dimensies een goed overwogen keuze zal moeten worden gemaakt. Het is aangewezen zich daarbij te laten leiden door de doelstellingen die men vooropstelt. De vorm waarin men het projectonderwijs op elk van de geschetste dimensies giet, hoort de studenten optimale kansen te bieden om deze doelstellingen te realiseren. Daartoe is het tevens noodzakelijk om met de kenmerken van de studenten rekening te houden.

Kenmerkende fasen van projectonderwijs

Hoewel projectonderwijs sterk uiteenlopende vormen kan aannemen, kunnen over het algemeen altijd enkele kenmerkende fasen worden onderscheiden (ook hiervoor bestaat in praktijk variatie met betrekking tot de wijze waarop deze fasen concreet vorm krijgen):

  • (eventueel een inleiding op de methode van projectonderwijs zodat de studenten weten waar ze aan toe zijn);
  • fase van de themakeuze waarin de groepen worden gevormd;
  • fase van de probleemdefiniëring waarin de opdracht of het probleem waarrond de groep zal werken zeer precies wordt geformuleerd;
  • fase van de praktische planning waarin de groep afspraken maakt over tijdsbeheer, taakverdeling en interne evaluatie;
  • onderzoeksfase waarin de oplossing van de opdracht of het probleem wordt uitgewerkt en hierover een rapport wordt opgesteld;
  • evaluatiefase waarin het bereikte resultaat wordt geëvalueerd en waarin de uitgewerkte oplossing eventueel ook wordt ingevoerd in de praktijkorganisatie.





Waarvoor en hoe kan je het gebruiken?

  • Projectonderwijs is een interessante onderwijsvorm als men de motivatie van studenten wenst te verhogen door ze een stimulerende, doch min of meer gecontroleerde 'real-life' praktijk- en beroepservaring te laten opdoen.
  • Ook wanneer men het belangrijk vindt dat verschillende vakken worden geïntegreerd en dat er verbanden worden gelegd tussen theorie en ervaring, is projectonderwijs opportuun.
  • Projectonderwijs stimuleert studenten om zelfstandig na te denken en problemen op te lossen in een maatschappelijke context.
  • Het draagt bij tot de ontwikkeling van het vermogen van studenten om zichzelf en hun prestaties en deze van anderen kritisch te evalueren.





Tips en valkuilen?

1. Vereiste voorkennis en vaardigheden
2. Vereisten van de begeleiders
3. Vereisten van de onderwijsinstelling

1. Vereiste voorkennis en vaardigheden

Binnen projectonderwijs gaat men ervan uit dat studenten over een zekere inhoudelijke voorkennis beschikken. Veelal gaat men er ook vanuit dat studenten reeds in staat zijn om het proces van het groepswerk zelfstandig in goede banen te leiden. Verondersteld wordt dat zij reeds over de vaardigheid beschikken om probleemstellingen en doelen te formuleren, in groep te werken, zelfstandig informatie te verzamelen en daar betekenis aan te verlenen, verslag te nemen en te rapporteren.

Dergelijke vaardigheden zijn vanzelfsprekend bevorderlijk voor het projectwerk, maar het kan niet de bedoeling zijn dat elke student ze reeds van bij de aanvang van het project allemaal beheerst. Projectonderwijs is immers bedoeld om deze kennis en vaardigheden aan te scherpen.

Bij de implementatie van het projectonderwijs zal men zich moeten bezinnen over de mate waarin kan worden verondersteld dat de studenten reeds de nodige inhoudelijke voorkennis en vaardigheden hebben verworven. De begeleiding die men voorziet, zal hierop moeten worden afgestemd. Dit kan bijvoorbeeld impliceren dat studenten een workshop krijgen waarin het systematisch verzamelen van informatie aan de orde wordt gesteld.

2. Vereisten van de begeleiders

Projectonderwijs stelt voorwaarden aan de begeleiders:

  • zij dienen vanzelfsprekend gemotiveerd te zijn voor het projectonderwijs en over voldoende creativiteit en flexibiliteit te beschikken;
  • het is verder van belang dat zij in staat zijn om te adviseren bij het oplossen van interdisciplinaire problemen en inzicht hebben in groeps- en taakprocessen;
  • zij dienen ook in groepsverband op basis van gelijkwaardigheid te kunnen werken;
  • de begeleiders zullen zich in de loop van het project voortdurend opnieuw moeten positioneren. Naargelang van de nood van de studenten aan externe sturing en de fase waarin het project zich bevindt, zullen hun rollen en interventies variëren. In de fase van de probleemdefiniëring zullen de begeleiders bijvoorbeeld als expert optreden en bepaalde essentiële informatie binnenbrengen. Naarmate de studenten meer vertrouwd zijn met de bibliotheek zullen de begeleiders deze rol minder opnemen, maar veeleer adviserend optreden wanneer de studenten de relevantie en waarde van hun bronnenmateriaal trachten in te schatten.

3. Vereisten van de onderwijsinstelling

Projectonderwijs stelt vereisten aan de onderwijsinstelling:

  • essentieel is dat er democratische verhoudingen bestaan tussen al degenen die bij het onderwijs betrokken zijn. Samenwerking op basis van gelijkwaardigheid tussen studenten en docenten staat immers voorop binnen projectonderwijs;
  • daarnaast zal de onderwijsinstelling ook bereid moeten zijn om voor het projectwerk de nodige middelen te voorzien. Dit betekent dat projectgroepen ruimte en logistieke ondersteuning moeten krijgen om hun project uit te voeren, maar ook dat er voldoende docenten moeten zijn om de studenten te begeleiden.

Projectonderwijs vergt van de studenten en de docenten zeer veel tijd, energie en organisatietalent. Indien deze niet worden geïnvesteerd, kan projectonderwijs worden ervaren als onsystematisch en onsamenhangend.






Wil je er meer over weten?

Literatuur

Baert, H., Beunens, L., & Dekeyser, L. (2002). Projectonderwijs: Sturen en begeleiden van leren en werken. Leuven: Acco.

Dekeyser, L., & Baert, H. (Eds.) (1999). Projectonderwijs: Leren en werken in groep. Leuven: Acco.

Groote, D.P., Hugenholtz-Sasse, C., & Slikker, P. (2000). Projecten leiden. Methoden en technieken voor projectmatig werken. Utrecht: Het Spectrum.

Illeris, K. (1997). Project work in university studies. Background and current issues. Roskilde: Roskilde University, Department of Educational Research.

Leirman, W. (1997). Projectonderwijs aan de universiteit. Een nieuwe start? Jeugd en Samenleving, (6), 459-477.

Website

http://www.ruc.dk/ruc_en/studying/RUC/pw/
Website van de Roskilde universiteit in Denemarken, grondleggers van het projectonderwijs)






Bijhorende Voorbeelden

- Projectonderwijs Sociale Pedagogiek
- Leeronderzoek in de licenties Politieke en Sociale Wetenschappen: in groep verrichten van reëel onderzoek
- Projectonderwijs binnen Communicatiemanagement
- Projectonderwijs ondernemersvaardigheden in Handelswetenschappen
- Interdisciplinair projectwerk in de vier afstudeerrichtingen van de bachelor Bio-ingenieurswetenschappen

Bijhorende Steekkaarten

- Probleemgestuurd onderwijs Model Maastricht

Trefwoorden

Werkvormen algemeen



laatst gewijzigd: 16-3-10