Steekkaart : OnderwijsleergesprekOmschrijvingHet onderwijsleergesprek is een gestructureerd gesprek waarbij de docent de studenten stapsgewijs, door het stellen van vragen, tot bepaalde inzichten of tot het oplossen van een probleem brengt.
|
Waar gaat het over?
Waaruit bestaat het?
Waarvoor en hoe kan je het gebruiken?
Tips en valkuilen?
Wil je er meer over weten?
Bijhorende Voorbeelden
Bijhorende Steekkaarten
| Over deze steekkaart
Waar gaat het over?
Bij deze didactische werkvorm voert de docent een gestructureerd gesprek met de studenten, waarbij een deel van de leerinhoud of een bepaalde problematiek in dialoogvorm wordt verhelderd. De docent stelt daartoe vragen aan de studenten en distilleert de benodigde inzichten en/of nieuwe vragen uit de antwoorden van de studenten. Door het stellen van gerichte vragen en door het hanteren van de gepaste vraagtechnieken (zie tips en valkuilen) komen studenten zelf op nieuwe ideeën, inzichten of relaties in de leerinhoud, bedenken ze zelf oplossingen voor een probleem of achterhalen ze zelf de implicaties van de leerstof.
Andere benamingen zijn: stapsgewijs geleid gesprek en socratische methode. De laatste duidt aan dat deze werkvorm overeenkomt met geliefde methode van dialogeren van de Griekse filosoof Socrates. Door gerichte vragen ontlokte Socrates ideeën en inzichten bij zijn gesprekspartner.
De term leergesprek heeft een evolutie en een verrijking ondergaan. De oorspronkelijke betekenis van de term leergesprek duidde op het gezamenlijk en stapsgewijs bespreken van leerstofproblemen onder strikte leiding van de onderwijzer. Met de toenemende aandacht voor zelfstandig leren gebruikt men in recentere literatuur de term leergesprek ook wanneer men de bespreking van de leermethodenen of oplossingsmethoden voor gestelde problemen wil aangeven.
| Waaruit bestaat het?
Essentiële aspecten aan een leergesprek zijn:
- Er is geen eenrichtingsverkeer maar interactie tussen de docent en de studenten en de studenten onderling.
- Het gesprek wordt (klassikaal) gevoerd rond een gemeenschappelijk onderwerp of richt zich op een gemeenschappelijk doel.
- Iedereen wordt bij het gesprek betrokken en levert een constructieve bijdrage bij het zoeken naar antwoorden of oplossingen.
- Het leergesprek wordt begeleid door een docent die waakt over tijd, organisatie, verloop van het gesprek, etc.
Een leergesprek bestaat uit een aantal fasen:
(1) Onderwerp afbakenen en voorkennis activeren
Er wordt met de klasgroep vastgesteld welke topic moet worden doorgewerkt of welk probleem moet worden behandeld. Dit kan op volgende manieren gebeuren:
- De docent stelt een aantal algemene vragen waardoor het informatiegebied waarop het leergesprek betrekking heeft, wordt geactiveerd en afgebakend.
- De docent haakt in op een gekend leerstofonderdeel.
- De docent haakt in op een gekend punt (algemene kennis) of vraagt de student om een mening of een idee bij een probleemstelling.
- De probleemstelling kan visueel ondersteund worden door concreet materiaal (vb. stelling, dia, videofragment, stuk rollenspel)
Eventueel maakt de docent tijdens deze fase ook afspraken over het ordelijk verloop van het gesprek.
(2) Het informatiegebied wordt uitgediept
De docent verdeelt (op voorhand) het informatiegebied in een aantal deelproblemen of logische stappen die hij tijdens het gesprek met de studenten doorloopt.
- Voor elke stap of voor elk probleem stelt de docent een aantal gerichte, specifieke vragen.
- De docent pikt in op de antwoorden van de studenten door:
- Antwoord bevestigen (en noteren op het bord);
- Nader verklaren: de docent vraagt bijkomende uitleg of een verantwoording aan dezelfde student.
- Toespitsen: De docent geeft een denktip aan de groep, zodat de student op het goede spoor komt.
- Relateren: De docent vraagt de student om het gegeven antwoord in verband te brengen met een ander stuk leerinhoud.
- Doorspelen: De docent speelt de vraag of het antwoord door aan de andere studenten.
- Het verloop van het gesprek kan op het bord worden ondersteund door de opbouw van een logisch bordschema.
(3) Samenvatten
De docent vat zelf de inzichten uit het gesprek zelf samen of laat één van de studenten dit doen.
|
Waarvoor en hoe kan je het gebruiken?
Een leergesprek is geschikt om studenten zelf inzichten te laten verwerven in de leerstof vertrekkende van hun voorkennis of algemene kennis.
Een leergesprek is geschikt voor inzichten die verder gaan dan feitenkennis zoals het leggen van verbanden, het maken van analyses, het maken van redeneringen, het verwerven van begrip, etc.
Naast inhoudelijke doelen verwerven de studenten ook oplossingsmethoden en strategieën en communicatievaardigheden.
Doordat studenten zelf de redenering (mee) maken, beklijven de inzichten beter.
|
Tips en valkuilen?
(1) Voorbereiding
(2) Uitvoering
(3) Donts
(4) Materiaal
(1) Voorbereiding:
- Het leergesprek vraagt een gedegen inzicht in de voorkennis of algemene kennis van de studenten omdat hierop wordt ingehaakt met het gesprek.
- Het leergesprek is geen vrijblijvend gesprek, de docent moet een duidelijk beeld hebben van welke inzichten hij wil bereiken en hoe en in welke volgorde hij die bij de studenten kan bereiken. Dit vereist dat op voorhand wordt nagedacht over een aantal mogelijke vragen, over fouten die studenten kunnen maken en over hoe men hier eventueel zou op kunnen inspelen.
- Wat betreft de tijdsbesteding, moet er rekening mee worden gehouden dat het houden van een leergesprek het lestempo aanzienlijk vertraagt.
- Gezien de intensiteit van de denkactiviteit is het aan te raden om een tijdslimiet van 20 minuten aan te houden.
- Het houden van een leergesprek met een klasgroep van meer dan 40 studenten is niet aan te raden omdat het zeer moeilijk wordt alle studenten aan het woord te laten.
(2) Uitvoering:
Veel van het effect van de werkvorm zijn afhankelijk van hoe de docent het gesprek managet. Volgende technieken zijn daarbij belangrijk:
- Juiste vragen stellen: voor het stellen van goede vragen kan de docent volgende richtlijnen volgen:
- Vragen zijn ondubbelzinnig geformuleerd.
- Vragen zijn voldoende specifiek. Dwz ze geven een richting aan in dewelke de student naar een antwoord moet zoeken. Zo kan er bijvoorbeeld onduidelijkheid ontstaan bij het stellen van waar wanneer en waaromvragen, vgl. wanneer kan slaan op reden, voorwaarde doel en tijdstip.
- Vermijd verschillende vragen tegelijkertijd. Splits deze vragen op in verschillende enkelvoudige vragen die achtereenvolgens kunnen gesteld worden.
- Stel geen vragen waarbij de studenten moeten raden.
- Geef de studenten de tijd om even over een vraag na te denken.
- Maak er geen gewoonte van om vragen al dan niet in gewijzigde vorm te herhalen. Stimuleer de studenten m.a.w. niet tot ongecontroleerd luisteren.
- Terugspelen naar de klas: hierdoor betrekt de docent alle studenten bij het gesprek. Vermijd wel om dit enkel te doen bij een foutief antwoord. Studenten zullen terugspelen dan zien als een verdoken manier om te zeggen dat het antwoord foutief was. Via het terugspelen vermijdt u ook dat studenten denken als we maar even zwijgen, neemt de docent het wel van ons over.
- Omgaan met fouten: Geef kritiek op het foute antwoord, niet op de student.
- Iedereen betrekken: Zorg ervoor dat alle studenten de kans krijgen om te antwoorden.
- Gesprek structureren: Dit doet de docent door gepast in te spelen op het antwoord van studenten of door een gepaste nieuwe vraag te stellen. Tevens is het aan te raden om het verloop van het gesprek kernachtig op het bord te noteren.
(3) Donts:
- Vissen naar één antwoord: Het leergesprek mag niet verworden tot een raad eens welk woord ik in mijn hoofd heb. Wees voldoende flexibel met (vak)terminologie en breng zonodig zelf het juiste woord aan wanneer u merkt dat studenten wel het begrip vatten maar niet het juiste woord gebruiken.
- Echoen: maak er geen gewoonte van om antwoorden van studenten te herhalen voor heel de klas. Zo ontwikkelt u een lui publiek. Uiteraard dient u antwoorden wel te herhalen wanneer een deel van de klasgroep de inbreng van een student niet begrepen heeft.
- Een fout antwoord omvormen tot een goed antwoord.
(4) Materiaal:
Het inschakelen van het bord en van de realiteit zal het onthouden van de nieuwe informatie bevorderen.
|
Wil je er meer over weten?
Literatuur
Boelen, R. & al. (1994). Carpe Didactica. Deurne: Plantyn.
Hogeveen, P. & Winkels, J. (1992). Didaktische werkvormenboek: variatie en differentiatie in de praktijk. Assen: Dekker en Van de Vegt.
De Block, A. & Saveyn, J. (1995). Didactische werkvormen en leerstrategieën. Deurne: Plantyn.
Willems, J. & Wolters, L. (1980). Kiezen van didactische werkvormen. Utrecht/Antwerpen: Spectrum.
|
| Bijhorende Voorbeelden- Open leerpakketten en interactieve contactmomenten in de academische lerarenopleiding - Activerend Hoorcollege Informatieoverdracht - Heuristiek en historische oefeningen: Nieuwste tijd
| Bijhorende Steekkaarten- Hoorcolleges met activerende elementen
| TrefwoordenWerkvormen algemeen
|
laatst gewijzigd: 16-6-10
|