BijVoorbeeld databank
ontwerp logo BVdatabank Grafische en Digitale Media, Arteveldehogeschool
webdesign grif'l

Criteria studentgecentreerd onderwijs

Onderstaande criteria worden door de Bij Voorbeeld projectgroep gebruikt als leidraad bij het selecteren van de voorbeelden die aan de databank worden toegevoegd. Niet alle voorbeelden voldoen aan alle criteria. De lijst is immers niet bedoeld als een 'checklist'. Eerder worden een aantal elementen aangereikt die helpen een oordeel te vellen over de mate waarin een voorbeeld studentgecentreerd is.

  1. Doelstellingen
    • Geven de doelstellingen aan wat de student moet kennen én kunnen, maw geven ze aan wat de student moet kunnen doen met de aangereikte informatie, welke vaardigheden en attitudes precies worden verwacht?
    • Worden de doelstellingen besproken met de student?/ Krijgt de student de ruimte om zelf concrete doelstellingen te bepalen (naarmate hij zichzelf meer kan sturen)?
    • Zijn de geformuleerde doelstellingen de criteria voor de evaluatie?

  2. Evaluatie en feedback
    • Geeft de docent op voorhand duidelijke informatie over de criteria?
    • Zijn de evaluaties gericht op het toepassen van de nieuw verworven kennis en vaardigheden in authentieke situaties?
    • Is er sprake van formatieve evaluatie?
    • Helpen de evaluaties de student bij het bereiken van de leerdoelen?
    • Is er na de evaluatie ruimte voor feedback aan de student? Is deze feedback informatief ten aanzien van de kwaliteit van het leerproces van de student?
    • Leert de student zichzelf en/of anderen te beoordelen aan de hand van criteria die hij zelf of de docent opstelt?
    • Worden de resultaten van de formatieve evaluatie meegenomen in de summatieve evaluatie? (niet wenselijk)
    • Waar situeert zich de procesevaluatie in de verhouding leer- en evaluatiemomenten?

  3. Leeractiviteiten
    • Is er aandacht voor de metacognitieve leeractiviteiten? Maw is de mate van sturing door de docent afgestemd op de studenten zodat de studenten uitgedaagd worden om steeds meer hun eigen leeractiviteiten te plannen, bij te sturen en te evalueren?
    • Komt er een variëteit aan leeractiviteiten aan bod? Wie heeft controle over de leeractiviteiten? Is de sturing van de docent op dit vlak aangepast aan de mate waarin de studenten zelf reeds in staat zijn de nodige leeractiviteiten te selecteren en uit te voeren?
    • Tracht de docent de voorkennis van de student te activeren en hierbij aan te sluiten?
    • Krijgt de student voldoende duidelijke informatie over de leeromgeving? Bijv. over de manier van werken, de evaluatie...?
    • Wordt er ook geleerd in groep? (positieve factoren hierbij: comfortabele groepsgrootte, een uitdagende groepssamenstelling, een goed gedefinieerde opdracht?)
    • Kan de student zich achter de doelen stellen en/of heeft hij inspraak in de leerdoelen?
  4. Leerinhouden/materiaal
    • Wordt het gebruik van leerpakketten beperkt tot basiskennis en/of moeilijk toegankelijke informatie? Motiveert de docent hierbij de selectie van de inhouden en de wijze van ordening?
    • Krijgt de student de ruimte om zelf bronnen op te zoeken en te verwerken? Kan de student beroep doen op begeleiding voor het proces, indien nodig?

  5. Studentkenmerken
    • Geeft de docent aan welke kennis en vaardigheden hij verwacht van de student aan het begin van het leerproces?/ Reikt de docent de student instrumenten aan om zelf de voorkennis na te gaan?
    • Krijgt de student mogelijkheden aangeboden om eventuele tekorten bij te werken? Of krijgt hij hiervoor tips?
    • Speelt de docent in op de motivatie van de studenten?

  6. Ondersteuning/Werkvorm/Materiaal
    • Is de hoofdtaak van de docent het formuleren van doelgerichte leertaken, problemen of opdrachten en de student gepast te begeleiden bij het verwerken ervan?
    • Sluiten de leertaken, problemen of opdrachten aan bij de voorkennis van de student?
    • Zijn de leertaken, problemen of opdrachten geënt op de reële beroepscontext?
    • Is de leeromgeving geënt op de reële beroepscontext?
    • Wordt de student gestimuleerd tot zelfverantwoordelijk en actief leren?
    • Wordt er ook samenwerkend (studenten onderling/ docent-student) geleerd?
    • Worden de verschillende componenten van de leeromgeving op elkaar afgestemd?
    • Wordt er functioneel en doordacht gebruik gemaakt van leermateriaal?
    • In hoeverre wordt er rekening gehouden met de principes van een krachtige leeromgeving?
    • Is het opleidingsonderdeel 'studeerbaar' (verhouding studielast - studiepunten - eventueel rest van het curriculum)?
    • Wordt er aandacht besteed aan de leerstijlen van studenten (noot: hoe krijg je hier zicht op en is het wenselijk/realistisch)?

 

Printbare versie: criteria_studentgecentreerd_onderwijs.pdf