Forum / Elektronische discussiegroep

werkvormen
Didactische informatie

In een elektronische discussiegroep discussieert een groep studenten met elkaar door berichten op een gemeenschappelijke plaats op het internet te plaatsen. Andere studenten hoeven een verzonden bericht niet onmiddellijk te lezen of erop te reageren. Ze kunnen dat doen op het moment dat hen past. In tegenstelling tot face-to-face communicatie verloopt de discussie in een elektronische discussiegroep onafhankelijk van plaats en tijd. De participanten hoeven niet allen op hetzelfde moment aan de discussie deel te nemen.

Binnen een onderwijscontext worden elektronische discussiegroepen dikwijls opgestart met de expliciete bedoeling om de student actief met leermateriaal aan de slag te laten gaan door hen inhoudelijke discussies te laten voeren die aansluiten bij een opleidingsonderdeel.

Bouwstenen

Elektronische discussiegroepen maken gebruik van een discussieforum of discussielijst. Meest bekend is de Engelse term discussion board.

Discussielijsten zijn webapplicaties (programma’ s die gebruik maken van het internet). Sommige discussielijsten zijn op zichzelf staande programma’ s, anderen zijn onderdeel van een geïntegreerde digitale leeromgeving (zie didactische fiche 'Leerplatform').

Veelal kunnen de bijdragen van deelnemers automatisch worden gerangschikt naar onderwerp (thread), auteur of datum. Zoals bij e-mail verloopt de communicatie a-synchroon ( onafhankelijk van tijd en plaats).

In een onderwijscontext sluiten de discussies dikwijls aan bij één opleidingsonderdeel. Het aantal deelnemers is meestal beperkt tot studenten (en docenten) die expliciet verwacht worden actief bij te dragen tot de discussie. De te bediscussiëren onderwerpen volgen (dikwijls) het strakke stramien van het bijhorende opleidingsonderdeel. Soms ook worden elektronische discussiegroepen opgestart over meer algemene of vakoverschrijdende topics.

Waarom inzetten

In het hoger onderwijs wordt van studenten verwacht dat zij een eigen mening kunnen vormen, bijsturen, verantwoorden en verwoorden naar anderen toe. Binnen een onderwijscontext worden elektronische discussiegroepen dikwijls met dit doel opgestart.


Voordelen van elektronische discussies

 Het elektronisch discussiëren heeft een aantal voordelen in vergelijking met face-to-face discussies:

De elektronische variant werkt drempelverlagend. Men hoeft niet op te tornen tegen het verbale geweld van andere studenten.
De deelnemers hebben beduidend meer tijd om de bijdragen van anderen te lezen en eigen meningen uit te bouwen en optimaal te structureren.
De discussie wordt gearchiveerd. De historiek van een bepaalde argumentatie kan met andere woorden gemakkelijk worden achterhaald, aangehaalde pros en cons kunnen na afloop van de discussie worden nagetrokken. Elementen die in eerste instantie weinig zinvol leken maar nadien aan relevantie winnen, kunnen gemakkelijker terug worden opgehaald.

Opzet van de dicussies

De concrete opzet kan vele vormen aannemen:

De docent kan zelf een discussiepunt inbrengen maar men kan ook aan studenten vragen dat ze een bij de cursus horende - niet voor de hand liggende- stelling poneren waarop medestudenten moeten reageren.
Men kan van studenten vragen dat ze tot een gemeenschappelijk standpunt komen over een initieel controversieel thema of dat elkeen één argument pro en één argument contra aanbrengt.
Men kan studenten samenvattingen van een leerstofonderdeel laten indienen en hen vervolgens vragen een (gemotiveerde) top drie uit deze samenvattingen op te stellen.
Er kunnen rollen (eventueel aan groepen van studenten) worden toegewezen: voorstanders, tegenstanders, moderatoren, rollen geassocieerd met verschillende relevante perspectieven (Bijv. ecologisten versus bedrijfsleiders, stedenbouwkundigen versus archeologen, allochtonen versus autochtonen, etc…).

Discussiethema's

Discussiethema’ s zelf zijn uiteraard onuitputtelijk. Het kan gaan over de meest uiteenlopende zaken als: ethische dilemma’ s, maatschappelijke vraagstukken, het al dan niet uitvoeren van een medische behandeling, het aanbrengen van een extra machineonderdeel, eigen ervaringen, een casus, een opiniestukje in de krant, de zinvolheid van predicties of hypothesen zoals geformuleerd in een artikel.

Tips & valkuilen

Tips

  • Zorg dat je als docent beschikt over basale ICT-vaardigheden en de technische aspecten van de door jou gebruikte discussielijst door en door beheerst. Indien dat niet zo is: raadpleeg de handleiding en oefen.
  • Hetzelfde geldt trouwens voor studenten. Naast een demosessie en het verstrekken van handleidingen, moet mogelijk voorzien worden in een extra opleidingsmoment. Eenmaal voldoende geïnvesteerd, hoef je nadien van studenten niet meer te aanvaarden dat hun gebrek aan medewerking komt door onvoldoende vertrouwdheid met de software.
  • Voordat de elektronische discussiegroep start, moeten de studenten duidelijk op de hoogte zijn van doel en nut van de discussie. Verder moeten de deadlines duidelijk gemaakt worden en welke spelregels worden gehanteerd (geen opinies zonder argumenten, essentiële beleefdheidsformules, geen vragen zonder zelf ook elementen van oplossing aan te reiken).
  • De elektronische discussie dient zoveel mogelijk te worden geïntegreerd in het opleidingsonderdeel.
  • Dat kan door discussieonderwerpen te lanceren die nauw aansluiten bij het opleidingsonderdeel. Het kan eveneens door de discussie (of elementen eruit) mee in de evaluatie te betrekken en/ of door tijdens contactmomenten in te spelen op  de discussie.
  • Net zoals face-to-face discussies dient een online groepsdiscussie te worden gemodereerd. Door als docent in de discussie te participeren, door feedback en aanmoedigingen in te brengen, onderschrijft men het belang dat men zelf aan de activiteit hecht en nodigt men studenten uit hetzelfde te doen. Let wel: het maken van samenvattingen, het geven van kritieken en feedback dient niet van jezelf te komen. Veeleer is het de kunst om als moderator deze activiteiten bij studenten te ontlokken.
  • Ingrijpen in het verloop van de discussie is aangewezen wanneer:
    • De spelregels met voeten worden getreden.
    • Een individuele student de discussie erg domineert.
    • Of anderen helemaal niet participeren.
    • De discussie niet op gang komt.
    • De discussie vaart mindert.
  • Spelregels kunnen opnieuw onder de aandacht worden gebracht. Al te dominante studenten kunnen via een persoonlijk e-mail bericht gevraagd worden ook anderen aan het woord te laten. Niet participerende studenten kunnen worden aangespoord door vragen als: “Wat denken de anderen hiervan?”, “Is iedereen het hier mee eens?”. Indien de discussie niet op gang komt, kan men expliciet vragen naar de oorzaak en er vervolgens proberen op in te spelen. Laat discussies ook niet te lang duren. Als discussies erg wijdlopig worden of reeds eerder gebruikte argumenten voortdurend terug komen, kan beter worden afgesloten.

Valkuilen

  • Deelnemen aan een elektronische discussiegroep vereist dat deelnemers vlot over een pc met internetaansluiting kunnen beschikken.
  • Het ontbreken van lichaamstaal maakt dat elektronische communicaties meer vatbaar zijn voor communicatiestoornissen dan face-to-face communicatie.
  • Deelnemers structureren hun bijdragen niet altijd even goed (ze plaatsen ze niet altijd onder de juiste thread). Daardoor is het soms lastig om structuur in de discussie terug te vinden.
  • Deelnemers ervaren de verwachting een eigen mening te hebben en ze bovendien genuanceerd neer te schrijven soms als drempelverhogend.
  • Overdaad schaadt. Eén goed lopende discussie is beter dan twee slecht lopende. Hou er bovendien rekening mee dat elke discussie ook tijd vraagt van jezelf én van studenten. Slecht lopende discussies modereer je moeilijker dan goed lopende. Alleen daarom al is ondoordacht inzetten van discussiefora te mijden.
Relevante literatuur

Literatuur

Hertveldt, F., Vanneste, P., & Wylin, B. (1997). Internet, een nieuw didactisch medium. Antwerpen: Standaard-MIM (252 p.: fig. + CD-ROM).
Russell A. Hunt (1998). Electronic Discussions in Learning and Teaching: Why They Don't Work, and How They Might. Connexions: the Newsletter of the International Society for the Exploration of Teaching Alternatives.

Website

http://info.ox.ac.uk/jtap/reports/teaching/chapter3.html

Op deze site vindt men:

  • een opsomming van mogelijkheden en beperkingen van elektronisch discussiëren;
  • een beschrijving van voorbeelden;
  • richtlijnen voor het werken met online discussiegroepen;
  • een verwijzing naar leerplatformen die online discussiegroepen aanbieden;
  • een uitgebreide bibliografie met verwijzingen naar ander relevant materiaal.
Doelstellingen: 
kennis
reflecteren
samenwerken
Leermiddelen: 
digitale leeromgeving
Werkvormen: 
discussie
Feedback & begeleiding: 
docentengestuurd
peer2peer
Groepsgrootte: 
meer dan 100