Casussen en peerfeedback in het opleidingsonderdeel 'communicatie in bedrijf en wetenschap'

werkvormen
Voorbeeld
Instelling: 
Universiteit Antwerpen

Algemene info

Opleiding: 
Toegepaste economische wetenschappen
Opleidingsonderdeel: 
Communicatie in bedrijf en wetenschap
Opleidingsjaar: 
2e bachelor
Studiepunten: 
4
Contacturen: 
45
Aantal studenten: 
200
Aantal begeleiders: 
1

In het opleidingsonderdeel 'Communicatie in bedrijf en wetenschap' deel 'Zakelijke communicatie' staan verschillende vormen van zakelijke communicatie en bedrijfsrapportage centraal. De student verwerft er de leerinhoud a.d.h.v. verschillende studentgerichte werkvormen.
De colleges worden gebruikt om samen met de studenten cases uit de praktijk te analyseren vanuit theoretische kaders. In groepjes van 3 tot 5 personen worden studenten zelf geconfronteerd met probleemsituaties waarvoor ze een oplossingsstrategie moeten ontwerpen. Uit de eerste individuele producten van de groepsleden wordt een groepsproduct geconstrueerd. Dit wordt in de colleges met de docent en medestudenten besproken. Op basis van de feedback van de docent en de medestudenten kan de student zijn persoonlijke versie verbeteren.

Voorkennis

  • goede beheersing van de mondelinge en schriftelijke Nederlandse taal;
  • basisvaardigheden in tekstverwerking;
  • basisinzichten in de werking van organisaties (1e bachelor);
  • kennis van informatieverwerking (1e bachelor).

Meta-cognitieve vaardigheden

Van de student wordt verwacht:

  • dat hij de verantwoordelijkheid voor zijn eigen leerproces kan opnemen;
  • dat hij zelfstandig kan werken;
  • dat hij zijn eigen leerproces kan sturen;
  • dat hij zonder problemen op een professionele manier in groep kan samenwerken.

Motivatie

De studenten zijn gemotiveerd voor dit opleidingsonderdeel omdat de inhoud ervan zeer praktijkgericht is. Studenten verwerven er immers kennis en vaardigheden die direct relevant zijn voor de latere beroepsuitoefening.

Doelstellingen

Het opleidingsonderdeel 'Communicatie in bedrijf en wetenschap' wil studenten vooral toepassingsgerichte kennis en vaardigheden bijbrengen.


Concreet worden volgende doelstellingen nagestreefd:

  • studenten verwerven inzicht in strategieën en technieken voor verschillende (schriftelijke) vormen van zakelijke correspondentie en bedrijfsrapportage;
  • studenten kunnen specifieke documenten i.v.m. zakelijke correspondentie en bedrijfsrapportage bespreken en beoordelen a.d.h.v. het verworven theoretisch kader;
  • studenten kunnen probleemsituaties uit het beroepsveld analyseren en ter oplossing daarvan schriftelijke documenten selecteren en ontwerpen;
  • studenten kunnen zelf documenten i.v.m. zakelijke correspondentie en bedrijfsrapportage produceren conform de gegeven strategieën, technieken en richtlijnen.

Aangeboden leerinhouden

1. Strategieën en technieken voor verschillende vormen van zakelijke correspondentie en bedrijfsrapportage zoals:

  • communicatiestrategie;
  • goodwillboodschappen;
  • neutrale boodschappen;
  • bedrijfsrapporten;
  • persuasieve boodschappen;
  • onaangenaam-nieuwsboodschappen.

2. Bij deze verschillende vormen van bedrijfscommunicatie worden telkens ook richtlijnen gegeven waarmee de student moe rekening houden bij het opstellen van documenten. Bijvoorbeeld:

  • het perspectief van waaruit men schrijft;
  • strategische en/of structurele eisen;
  • hoffelijkheid;
  • positiviteit;
  • binding;
  • correctheid;
  • toegankelijkheid;
  • conventies.

De nadruk ligt bij dit opleidingsonderdeel op schriftelijke vormen van bedrijfscommunicatie.

Werkvormen en leermiddelen

In dit opleidingsonderdeel worden zelfstudie, contactonderwijs en groepswerk gecombineerd.

Zelfstudie

Als voorbereiding op het college wordt van de student verwacht dat hij zelfstandig de syllabus doorneemt en verwerkt. De syllabus bevat de theoretische denkkaders rond zakelijke communicatie: de strategieën en technieken voor bedrijfscorrespondentie en -rapportage.

Een specifiek onderdeel van de leerinhoud, m.n. het onderdeel over taaleigenheid en formuleertechnieken, verwerven de studenten geheel via zelfstudie. Ze maken daarbij gebruik van de syllabus. Die bevat voor dit onderdeel naast theoretische kaders ook oefeningen met een oplossingssleutel. Daarnaast krijgen de studenten ook nog een cd-rom met oefeningen.

De student verwerft via zelfstudie de theoretische kaders bij de verschillende vormen van zakelijke communicatie. Daarbij verricht hij volgende leeractiviteiten:

  • verwerven van kennis en inzicht m.b.t. strategieën en technieken voor zakelijke correspondentie en bedrijfsrapportage;
  • structureren en relateren van kennis en inzichten.

 

Contactmomenten

Tijdens de contactmomenten worden er per communicatie- of rapportagevorm één of meer casussen besproken.
Bijvoorbeeld: Een werknemer van een bank heeft fraude gepleegd. Het voorval is aan het licht gekomen en de dader is gevat. De bank beslist nu haar klanten op de hoogte te brengen van het gebeuren, maar wil hen tevens meteen geruststellen: het geld van de klanten zelf is immers niet verduisterd.

Dit verloopt volgens een min of meer vast stramien. Deze casussen zijn overgenomen uit de realiteit van het beroepsveld.

  • De docent stelt het bedrijf en de probleemsituatie voor. Daarbij wordt kort geschetst om welk bedrijf het gaat, de omvang van het bedrijf, de markt waarop het bedrijf zich richt, etc. Daarnaast wordt de gebeurtenis waarrond de casus is opgebouwd, beschreven en in de management- en sociale context van het bedrijf gesitueerd (5 à 10 min.).
  • De docent vraagt de studenten om hun mening: 'Hoe zouden zij deze probleemsituatie aanpakken?', 'Waar zouden zij de nadruk op leggen in hun communicatie of rapportage?' (5 min.).
  • De docent presenteert de oplossing zoals die door het bedrijf is ontworpen en uitgevoerd (5 min).
  • De studenten krijgen de kans om bij deze oplossing opmerkingen of hun mening te geven (40 min).
  • Soms wordt de studenten gevraagd in de les de casus mee te analyseren vanuit een bepaalde techniek zoals sterkte-zwakte analyse of ccc-model.
  • De docent bespreekt de oplossing van het bedrijf en maakt een analyse vanuit de theoretische kaders zoals de student die in de syllabus verworven heeft (20 min).
  • Het contactmoment wordt afgesloten met een korte synthese en evaluatie van de theoretische strategieën en technieken (5 min).

Tijdens de colleges worden ook de producten van de studenten uit de opdrachten in kleine groep besproken. Deze documenten worden door de docent op voorhand gekopieerd en onder de studenten verspreid. Er wordt, in interactie met de studentengroep en analoog aan de hierboven beschreven werkwijze, een bespreking van de oplossing van de studenten gemaakt. Per hoofdstuk worden één of twee van de door de studenten gemaakte probleemoplossingen besproken.

Van de student wordt verwacht dat hij actief participeert in de bespreking van deze cases. Daarbij verricht hij volgende leeractiviteiten:

  • de student verbindt de theoretische (voor)kennis met een voorbeeld waardoor de kennis toegankelijker wordt en zinvoller wordt opgeslagen;
  • daartoe dient de student bij de bespreking van de casus zijn voorkennis te activeren;
  • de student analyseert de besproken case vanuit eigen inzichten en mening en beargumenteert de case vandaar uit;
  • op basis van de analyse van de case door de docent, past de student eventueel zijn vooronderstellingen en inzichten aan;
  • de student consolideert en versterkt zijn kennis en inzichten tijdens het synthesemoment op het einde van het hoorcollege.

 

Groepswerk

Opdrachten in kleine groepen

Naast het volgen van het college krijgen studenten de kans zelf opdrachten uit te voeren in groepen van 3 tot 5 studenten. In principe zijn deze opdrachten niet verplicht, maar studenten krijgen op het schriftelijk examen een analoge opdracht. De oplossingscyclus die bij deze werkvorm wordt gevolgd, heeft een tijdsduur van twee weken.

Tijdens de opdrachten in kleine groep worden studenten geconfronteerd met een vijftal probleemtaken. Het betreft realistische probleemsituaties analoog aan de cases die in het college besproken worden. Van de studenten wordt verwacht dat ze deze probleemtaken analyseren en er een communicatief-strategische oplossing voor produceren. Dit product heeft de vorm van een schriftelijk document. De studenten bepalen daarbij zelf welke invalshoek ze hanteren en met welke strategieën en richtlijnen ze rekening houden. De achtergrondinformatie die de studenten nodig hebben voor het oplossen van de (strategie)taak vinden ze terug in de syllabus.

Bij het doorlopen van deze cyclus hebben studenten een grote mate van vrijheid.

  • Eerst maken de studenten een individuele probleemanalyse en schrijven ze ook een individueel product. Daarvoor hebben ze ongeveer een week de tijd.
  • De studenten wisselen elkaars oplossingen uit en geven hierop feedback. Om deze peer assessment te sturen, krijgen de studenten een vragenlijst met aandachtspunten en criteria aangeboden. Tijdens het academiejaar 2001-2002 werden drie soorten vragenlijsten (zie bijlage 1.doc, bijlage 2.doc, bijlage 3.doc) gebruikt.
  • Op basis van deze informatie-uitwisseling stelt de groep een groepsdocument samen. De groep bepaalt ook hier weer zelf hoe ze deze constructie aanpakt.
  • Het groepsdocument wordt aan de docent bezorgd zodat de docent daar feedback op kan geven en eventueel het product in het college kan bespreken. De groepsproducten worden samen met de individuele documenten en de feedbackformulieren drie dagen voor het college aan de docent bezorgd.
  • Na het college ontvangen alle groepen van de docent een samenvattende, schriftelijke feedback (zie bijlage.doc) op hun groepsdocument. Een voorbeeld daarvan is als bijlage opgenomen.
  • Op basis van deze feedback en de feedback die de studenten uit de peer assessment ontvingen, kunnen zij hun individueel document verbeteren. Dit document moet echter niet meer worden ingediend. Als de student dit wel doet, krijgt hij er van de docent individuele feedback op.

Tijdens het werken aan deze opdrachten verricht de student volgende leeractiviteiten:

  • Probleemanalyse:
    • activeren van inzichten en voorkennis;
    • structureren van probleem in oorzaak en gevolg, hoofd- en bijzaken.
  • Plannen van een (eigen en groeps-)oplossing:
    • genereren van mogelijke oplossingen;
    • opstellen van criteria, nadrukken voor oplossing;
    • activeren of opzoeken van informatie rond het specifieke probleem.
  • Uitschrijven van een document (individueel en groepsdocumenten).
    • Geven van feedback op documenten van medestudenten
    • analyseren van document a.d.h.v. eigen inzichten en mening en gezien theoretische kaders;
    • kritisch oordelen;
    • reflecteren op sterkte en zwakte van eigen document en op criteria waaraan het groepsdocument moet voldoen.
  • Herwerken van document:
    • over eigen document reflecteren, m.b.v. feedback van studenten en docent.

 

Werking van de groepen

De studenten hebben een grote mate van vrijheid bij het organiseren van hun groep en het uitvoeren van de opdrachten. De studenten zijn zelf verantwoordelijk voor de samenstelling en werking van hun groep. Zo worden de groepssessies niet begeleid door een tutor of docent. Studenten bepalen ook zelf wanneer en hoeveel ze samenkomen en welke specifieke werkwijze ze bij het oplossen van de probleemtaken hanteren.
Elke groep heeft wel ontslagrecht: studenten die parasiteren of niet willen meewerken, kunnen, op verzoek van de medestudenten, uit de groep ontslagen worden. Die student dient dan zelf opnieuw een groep te zoeken waarbij hij zich mag aansluiten. Ook bij het ontslagrecht komt de begeleidende docent in principe niet tussenbeide.
Wanneer een groep problemen heeft met de inhoud of met het groepsverloop en ze slagen er niet in zelf tot een oplossing te komen, kunnen ze de docent wel om hulp vragen (d.m.v. spreekuur en mail).

Van de student wordt verwacht dat hij zijn leerproces voor een groot gedeelte zelf leert sturen. Dit vereist dat de student volgende metacognitieve vaardigheden verwerft:

  • Plannen;
  • Proces bewaken;
  • Diagnosticeren/evalueren/reviseren;
  • Remediëren.
Feedback & begeleiding

Voor de begeleiding kunnen de studenten zowel beroep doen op de docent als op de medestudenten.

Vanuit de docent

Een deel van de begeleiding van de docenten bestaat uit het demonstreren en bespreken van voornamelijk goede voorbeelden van communicatievormen in het college.
Tevens toont de docent in het college hoe de studenten de probleemanalyse vanuit de theoretische kaders kunnen aanpakken en waar men bij de probleemanalyse het best op let.
De docent geeft feedback op het door de studenten ingestuurd groepsdocument en op de individuele tweede versie, indien studenten die binnenbrengen.
De docent is beschikbaar wanneer studenten er niet zelf in slagen hun problemen op te lossen.

Vanuit de student

Studenten begeleiden elkaar in de kleine groepen door het geven van feedback op elkaars persoonlijke documenten.

Evaluatievorm

Zowel de peer assessment als de feedback van de docent na de hoorcolleges zijn dus louter formatief van aard. Ze zorgen ervoor dat de student zijn vaardigheden kan oefenen en verbeteren.

Ter evaluatie van het opleidingsonderdeel 'Communicatie in bedrijf en wetenschap' wordt zowel een schriftelijk als een mondeling examen georganiseerd.

Het mondelinge en het schriftelijke gedeelte bepalen elk 50 van de beoordelingsscore.


Schriftelijk examen

Het schriftelijke examen toetst of de student de vaardigheden heeft verworven om zelf kwaliteitsvolle documenten i.v.m. zakelijke correspondentie en bedrijfsrapportage te produceren. De student wordt op het examen geconfronteerd met een probleemsituatie uit de praktijk. Er wordt hem gevraagd deze situatie te analyseren en de benodigde schriftelijke documenten ter oplossing van het probleem te formuleren. Dit alles moet gebeuren conform de geleerde theoretische strategieën, technieken en richtlijnen. De student levert enkel het product in, niet de analyse. Eventueel kan de docent op het mondelinge examen de student over zijn analyse en redenering bevragen.

 

Mondeling examen

Het mondelinge examen toetst de kennis van en inzicht in de theoretische denkkaders en strategieën. De nadruk ligt niet op het kunnen reproduceren ervan, maar op het kunnen toepassen van de denkkaders op concrete cases. Concreet wordt de student gevraagd een specifieke case te bespreken vanuit een bepaalde theoretische invalshoek. Daarnaast kan de docent hem ook vragen naar de theoretische denkkaders en strategieën van waaruit hij zijn schriftelijk examen heeft gemaakt.

Reflectie

Reflectie BV medewerkers

  • Met een beperkte personeelsformatie probeert men een opleidingsonderdeel uit te bouwen dat zoveel mogelijk studentgericht is.
  • Het hoor- en het werkcollege worden goed op elkaar afgestemd: na een demonstratie moeten de studenten zelf aan de slag gaan, vervolgens krijgen ze daarop feedback.
  • Peer- assessment wordt zinvol ingevuld zonder er punten aan te verbinden.

Reflecties studenten

  • 90 van studenten neemt vrijwillig deel aan het werken in kleine groepen. Studenten meldden dat de invoering van het ontslagrecht hen toonde dat het werkcollege ernst was. Daarmee werd een tweede doel bereikt naast het oorspronkelijke doel: profiteren en parasiteren van studenten in groepswerk tegengaan.
  • Studenten vinden het moeilijk om zelf bijeenkomsten vast te leggen (plaats en dag).

Reflecties docent

  • Tijdsintensief
  • Zoveel mogelijk op motivatie vanuit student zelf. Niets is verplicht en toch nemen 90 studenten deel.
  • Is een werkvorm in opbouw: elk jaar wordt er met een aantal facetten geëxperimenteerd om de werkvorm te optimaliseren.
  • Teveel contacturen? Studenten klagen immers over moeilijkheden om tijd en plaats te vinden voor de bijeenkomsten in kleine groep.
  • Tijdens het academiejaar 2001-2002 werden drie soorten vragenlijsten voor peer assessment (zie bijlage 1.doc, bijlage 2.doc, bijlage 3.doc) getest. Deze varieerden van zeer gerichte vragen m.b.v. een Likert-schaal tot heel open vragen. Dit gebeurde als onderdeel van een experiment om na te gaan welke soort van richtvragen de beste respons opleveren.
Type hoger onderwijs: 
universiteit
Studiegebied: 
economie & handelswetenschappen
Groepsgrootte: 
meer dan 100
Doelstellingen: 
communicatie
taalvaardigheden
Leermiddelen: 
schriftelijke leermateriaal
zelfstudiepakket
Werkvormen: 
practicum/werkcollege/oefening
casusonderwijs
groepswerk
Evaluatievormen: 
casusvragen
mondeling examen
Feedback & begeleiding: 
docentengestuurd
in groep
peer2peer